Officiële EEA-gegevens 2013–2024
Den Haag telde in 2013 zes zomerdagen waarop de ozonnorm van 120 µg/m³ werd overschreden. Voor iemand die die zomer langs de Scheveningse boulevard fietste, betekende dat: zes middagen waarop diep doorademen minder vanzelfsprekend was. Het ritme van de stad lag die dagen niet bij de kust, maar binnen, in de schaduw van de havenpanden.
Het slechtste moment van het jaar viel niet in de hoogzomer, maar in het voorjaar: april haalde een maandgemiddelde van 62,6 µg/m³. Mei volgde met 66,5 µg/m³, de hoogste waarde van de reeks. Op die late voorjaarsmiddagen, als de zon hoog over het Malieveld stond en de stad nog koel was van de nachtelijke zeewind, vormde zich fotochemisch ozon uit uitlaatgassen van de A12 en de kassen rond het Westland.
De reeks begint in 2013 met zes dagen boven de norm, maar het beeld kantelt in de winter: december noteert 33,3 µg/m³, november 32,1 µg/m³ — de rustigste maanden van het jaar. De zomermaanden juni, juli en augustus blijven met respectievelijk 64,5, 60,1 en 59,2 µg/m³ dicht bij elkaar, terwijl de echte pieken in april en mei liggen. De ontwikkeling over de jaren laat zien dat de lente, niet de zomer, het seizoen is waarop de stad moet letten.
Check op warme voorjaarsdagen de luchtkwaliteit vóór je de fiets pakt naar de Haagse Markt, want daar stapelen de files en de zon staat er laag boven de kramen. Kies voor de rit langs de duinrand van Kijkduin, waar de zeewind de ozonconcentratie lager houdt. Zo vermijd je de fotochemische piek zonder dat je de deur hoeft te sluiten.
Vergelijk jouw stad met de rest van Nederland, gegeven voor gegeven.
Meer over O3: wat het is en hoe het je gezondheid beïnvloedt →
Bron: Europees Milieuagentschap (EEA), geverifieerde gegevens 2013-2024. Pagina automatisch gegenereerd op basis van officiële gegevens; de cijfers komen uitsluitend uit de database, nooit geschat. © 2026 airqualitas.