Officiële EEA-gegevens 2013–2024
In 2013 overschreed Groningen op 9 zomerdagen de ozonnorm van 120 µg/m³. Deze dagen vielen in de periode mei–september, toen de zonkracht het sterkst was. Ter vergelijking: de norm van 120 µg/m³ is de Europese informatiedrempel voor ozon, bedoeld als signaal voor gevoelige groepen. Dat betekende dat inwoners op die dagen te maken kregen met pieken in de namiddag, precies wanneer de stad volop in beweging was rond de Grote Markt en het Stadspark. Wie gevoelig was voor luchtwegklachten, merkte het verschil op warme, stille dagen.
De hoogste concentratie in de meetreeks viel in mei, met een gemiddelde van 68,4 µg/m³. Hoewel dit ver onder de norm van 120 µg/m³ ligt, is het opvallend dat het piekseizoen vroeg begint: de maand mei loopt voorop, nog vóór de warmste zomermaanden juni en juli, die respectievelijk 65,5 en 60,2 µg/m³ lieten zien. De lentezon combineert met nog koele nachten, wat fotochemische reacties stimuleert.
De jaarlijkse cyclus tekent een duidelijke curve: van 42,1 µg/m³ in januari stijgt de ozonvorming naar het voorjaarsmaximum, om in november weer te dalen tot 33,8 µg/m³. De stad ademt met de seizoenen mee, maar het verschil tussen de koudste en warmste maanden blijft beperkt. De wintermaanden december en november laten met 37,1 en 33,8 µg/m³ de laagste waarden zien, wanneer temperatuurinversies de lucht juist stilzetten.
Houd de ozonverwachting in de gaten op warme meidagen, want juist dan piekt de vorming in Groningen. Kies bij hoge waarden voor een wandeling door het Noorderplantsoen in de vroege ochtend, vóór de zon de fotochemie op gang brengt, in plaats van op het heetst van de middag.
Meer over O3: wat het is en hoe het je gezondheid beïnvloedt →
Bron: Europees Milieuagentschap (EEA), geverifieerde gegevens 2013-2024. Pagina automatisch gegenereerd op basis van officiële gegevens; de cijfers komen uitsluitend uit de database, nooit geschat. © 2026 airqualitas.