Officiële EEA-gegevens 2013–2026
In 2013 telde Utrecht 16 zomerdagen waarop de ozonconcentratie boven de Europese informatiedrempel van 120 µg/m³ uitkwam. Bewoners van de binnenstad merkten dat vooral in de namiddag, wanneer de zon de lucht blijft opwarmen en een lichte nevel over de grachten hangt. Wandelen langs de Oudegracht voelde dan zwaarder aan, alsof de stad zelf even op adem wilde komen.
In de Utrechtse lente en zomer stijgt de ozonconcentratie gestaag: van 34,4 µg/m³ in januari naar 40,4 µg/m³ in februari. Maart brengt 51,4 µg/m³, april 63,1 µg/m³, en mei klimt naar 65,7 µg/m³ – het hoogste punt van het jaar. Juni volgt met 65,1 µg/m³ en juli met 59,6 µg/m³, waarna de waarden in augustus op 56,1 µg/m³ zakken. De piek ligt dus in mei, wanneer de Utrechtse zon volop kracht geeft.
Luchtstromen bepalen het ritme: in de winter houden thermische inversies de lucht stil rond de Domtoren, terwijl de zomer juist ozon laat opbouwen onder felle zon. De maandelijkse reeks toont een helder patroon: lage concentraties in november (27,0 µg/m³) en december (29,9 µg/m³), oplopend naar het voorjaarsmaximum. De herfst zorgt voor een daling, met september op 45,3 µg/m³ en oktober op 31,6 µg/m³, terwijl december weer 29,9 µg/m³ noteert.
Voor Utrechters die tijdens zomerse hitte op het Janskerkhof of in het Wilhelminapark tot rust willen komen: plan uw wandeling voor de ochtend, vóór de zon haar hoogtepunt bereikt. Vermijd de namiddag, wanneer verkeersuitstoot en zonnestraling samen de ozonvorming aanjagen – dat is het moment om de hitte te ontwijken in de schaduw van de singels.
Vergelijk jouw stad met de rest van Nederland, gegeven voor gegeven.
Meer over O3: wat het is en hoe het je gezondheid beïnvloedt →
Bron: Europees Milieuagentschap (EEA), geverifieerde gegevens 2013-2024. Pagina automatisch gegenereerd op basis van officiële gegevens; de cijfers komen uitsluitend uit de database, nooit geschat. © 2026 airqualitas.