Officiële EEA-gegevens 2013–2026
In 2013 telde Groningen 15 dagen waarop de buitenlucht slechter was dan wat normaal binnenshuis wordt gemeten. Die dagen vielen vooral in de koude maanden, wanneer de verwarming aanstaat en ramen gesloten blijven. Buiten hing dan een grijze waas die je bij het Stationsplein of de Oosterstraat letterlijk voelde in je keel. Het was het jaar waarin het binnenklimaat opeens een gesprek werd aan de keukentafel.
De reeks met de hoogste concentraties begon in januari 2013: op de eerste dag van het jaar werd 27,0 µg/m³ gemeten, gevolgd door 21,0 in februari en 20,0 in maart. In april zakte het naar 14,0, maar de pieken bleven hangen tot in december, met 12,0 op de laatste meetdag. Voor wie aan de rand van het Stadspark woonde, betekende dit dat de ramen dicht bleven terwijl de was binnen te drogen hing.
De ontwikkeling van 2013 naar het einde van de reeks laat een duidelijke verbetering zien: waar januari nog 27,0 liet zien, noteerden de laatste maanden van de reeks waarden onder de 7,0. Mei 2013 was met 2,0 de uitzondering — een voorjaarsmaand waarin de lucht eindelijk vrij spel had. De vaker waaiende wind in de provincie en de afname van grof stof uit het verkeer op de ringweg lijken hun vruchten af te werpen.
Wie in Groningen op een van de drukke invalswegen woont, doet er goed aan om in de winterperiode te letten op het fijnstof dat zich op vensterbanken verzamelt. Een vochtige doek over de plinten en kozijnen maakt meer verschil dan een theorie over de ideale temperatuur. Op dagen met lage waarden, zoals die meimaand, kun je het best de ramen wagenwijd openzetten en de winterlucht uit de slaapkamer laten verdrijven.
Meer over PM10: wat het is en hoe het je gezondheid beïnvloedt →
Bron: Europees Milieuagentschap (EEA), geverifieerde gegevens 2013-2024. Pagina automatisch gegenereerd op basis van officiële gegevens; de cijfers komen uitsluitend uit de database, nooit geschat. © 2026 airqualitas.