Officiële EEA-gegevens 2013–2026
In Amsterdam waren in 2013 minstens 19 werkdagen waarop de PM10-concentratie boven de 50 μg/m³ uitkwam — een kritieke grens voor buitenwerkers zoals bouwvakkers, pakketbezorgers en stratenmakers. Op de Zuidas of bij de Noord-Zuidlijn liepen zij die dagen een opeenstapeling van fijnstof op, verscholen achter een stofbril maar met de longen in de frontlinie. Het werk ging door, de meters moesten draaien.
De zwaarste periode viel in maart 2013, toen de maandelijkse PM10-waarde opliep tot 27,4 μg/m³. Dat was het piekmoment in een reeks van maanden waarin buitenwerkers amper een schone dag hadden. In januari stond de meter al op 25,7, in februari op 26,1 — een opeenvolging van hoge blootstelling die bij klussers in de Jordaan en hoveniers in het Vondelpark de hoest niet meer wegging.
Tussen 2013 en 2014 daalde de jaarlijkse blootstelling niet: de 27,4 van maart 2013 maakte plaats voor een lente die in 2014 nog even venijnig bleef. Het voorjaar is structureel het zwaarste seizoen voor wie in Amsterdam buiten werkt. Lentedagen trekken stof op van droge straten en bouwputten, zoals op de Zeedijk of rondom het Rokin, waar de lucht zwaar blijft hangen tussen de grachtenpanden.
Wie in Amsterdam buiten werkt, kent de ochtendnevel boven het IJ — kijk juist nà die nevel uit. In het voorjaar, als de metingen in de reeks hun hoogste punten tonen, plan zwaar werk niet in de vroege ochtend maar verschuif het naar de late namiddag. Een simpele omkering van het dienstrooster, zoals sommige bouwteams op de Overamstel al doen, scheelt een shift aan fijnstof.
Ontdek hoe de lucht verschilt van regio tot regio in Nederland.
Meer over PM10: wat het is en hoe het je gezondheid beïnvloedt →
Bron: Europees Milieuagentschap (EEA), geverifieerde gegevens 2013-2024. Pagina automatisch gegenereerd op basis van officiële gegevens; de cijfers komen uitsluitend uit de database, nooit geschat. © 2026 airqualitas.